Het ziekteverzuim in het Nederlandse onderwijs ligt structureel hoger dan in veel andere sectoren. Cijfers van DUO en het Vervangingsfonds tonen dat po- en vo-scholen in 2024 een verzuim rond de 6,2% rapporteerden — flink boven het landelijk gemiddelde van ~4,8%. Achter dat percentage zit een combinatie van werkdruk, lerarentekort, vergrijzing en gedoe met vervangingen. Dit artikel kijkt naar oorzaken en wat scholen concreet kunnen doen.
Hoe groot is het probleem?
Enkele kerncijfers (bron: Vervangingsfonds, DUO Onderwijsverslag):
- Primair onderwijs: gemiddeld verzuim 6,4% (2024)
- Voortgezet onderwijs: 5,8%
- MBO: 5,3%
- Landelijk gemiddelde (alle sectoren): ~4,8%
Gemiddeld is een docent bij een vo-school ruim 11 dagen per schooljaar ziek. De meldingsfrequentie ligt op 1,3 meldingen per FTE per jaar — relatief laag, maar de verzuimduur is hoger dan gemiddeld.
De belangrijkste oorzaken
1. Structurele werkdruk
De gemiddelde docent in het vo werkt meer uren dan de formele werkweek voorschrijft — vooral bovenop de lesuren: nakijken, oudergesprekken, toetsen maken, leerlingzorg, administratie. Uit onderzoek van DUO (2023) geeft 62% van de docenten aan dat de werkdruk te hoog is.
2. Vergrijzing van het personeel
Vooral in het po is ruim 35% van de leerkrachten boven de 55. Oudere werknemers hebben gemiddeld een hoger en langduriger verzuim — niet vanwege “minder motivatie”, maar door realistische fysieke belasting (staan, stemgebruik, tillen, kinderen in hun ruimte dicht op).
3. Emotionele belasting
Toenemende zorgvragen, gedragsproblematiek en de uitvoering van passend onderwijs zonder evenredige middelen zorgen voor mentale belasting. “Compassion fatigue” is binnen het onderwijs reëel.
4. Klimaat en werkomgeving
Oude schoolgebouwen met slechte ventilatie verhogen de kans op luchtweginfecties. In bepaalde regio’s verdubbelt het verzuim in november-februari.
5. Lerarentekort versterkt het probleem
Als een collega uitvalt, moeten anderen extra lessen overnemen. Dat verhoogt de druk op degenen die er zijn, en die raken op hun beurt eerder uitgeput. Een negatieve spiraal.
Wat werkt om het te verlagen
Werkdruk concreet aanpakken
Niet met mooie woorden, maar met keuzes: welke taken kunnen écht weg? Scholen die werken met werkdrukgelden voor extra onderwijsondersteuners (schaal 5-7) rapporteren lagere verzuimcijfers. De truc is dat de ondersteuning docent-werk overneemt (nakijken, administratie), niet bóvenop de bestaande taken komt.
Verzuimgesprekken serieus voeren
Niet na 6 weken pas bellen, maar vanaf dag 1 contact houden — kort, zonder druk, oprecht interesse. Scholen die dit goed doen, zien kortere verzuimduur. Let op: dit is geen vervanger voor professionele arbozorg.
Investeren in bedrijfsarts én in preventie
De arbodienstverlening mag niet alleen gericht zijn op re-integratie. Een goede arbeid- en organisatie-psycholoog die voor de ziekmelding beschikbaar is (bijvoorbeeld bij signalen van overbelasting) voorkomt langdurig verzuim.
Werkoverleg en roostering herbezien
Veel verzuim-problemen zijn roosterproblemen. Opeenvolgende lesuren zonder pauze, slecht verdeelde toetsweken, en onvoorspelbare taakuren zijn risicofactoren. Een roosterscan door externe deskundigen kan verhelderend werken.
Aandacht voor de starters
De eerste drie jaren zijn cruciaal. Startende docenten met een goede coach vallen zeldzamer uit. Investeer in begeleiding, niet alleen in werving.
Wat de werkgever wettelijk moet doen
- Vanaf dag 1: wettelijke plicht tot loondoorbetaling (104 weken, 70%) en re-integratie-inspanningen
- Verplichte probleemanalyse van de bedrijfsarts in week 6
- Plan van aanpak in week 8, samen met werknemer
- Eerstejaarsevaluatie en daarna tweedejaarsevaluatie bij langdurig verzuim
- WIA-aanvraag in week 91 als werknemer (deels) arbeidsongeschikt blijft
Scholen binnen het po vallen onder het Participatiefonds (Pf) en Vervangingsfonds (Vf); vo-scholen zijn sinds 2022 eigen-risicodragers. Dit maakt financieel beleid rond verzuim per sector anders.
De rol van leerlingen en ouders
Vaak onderbelicht: een constructief schoolklimaat drukt het verzuim van docenten. Als ouders kritisch maar respectvol zijn, en leerlingen zich gezien voelen, is het lesgeven minder slopend. Scholen die actief werken aan klimaat (anti-pestprogramma, duidelijke afspraken met ouders) rapporteren betere verzuim-cijfers.
Veelgestelde vragen
Wat kan een docent zelf doen bij dreigend burn-out?
Vroeg melden bij leidinggevende en bedrijfsarts. Niet doorwerken tot je niet meer kunt. Een gesprek met je huisarts of een praktijkondersteuner-GGZ (POH-GGZ) is laagdrempelig en vaak verrassend effectief.
Krijgt een zieke docent altijd 100% salaris?
In het eerste jaar wel (volgens cao PO/VO), in het tweede jaar meestal 70%. Raadpleeg je cao voor de exacte regeling.
Wie betaalt de vervanger?
In het po is het Vervangingsfonds er (al wijzigend); in het vo zijn scholen zelf verantwoordelijk. Dit leidt soms tot ongewenste prikkels om géén vervanger in te zetten.
Tot slot
Ziekteverzuim in het onderwijs is geen kwestie van “minder goed personeel” — het is een signaal van structurele knelpunten. Scholen die écht iets willen veranderen, beginnen niet bij HR-formulieren maar bij werkdruk, personele bezetting en werkklimaat. Preventie kost minder dan 104 weken loondoorbetaling plus WIA.
Voor werkgeversondersteuning: Arbo Nederland, Vervangingsfonds, brancheorganisaties PO-Raad en VO-raad. Voor docenten: vakbond (AOb, CNV Onderwijs), je bedrijfsarts, en de POH-GGZ bij je huisarts.










